De tweede kans van ex-tbs’er Inez: “Ik heb drie letters achter mijn naam”

Eind 2012 laaide in de politiek het debat op over de vrijlating van tbs’ers. Ze zouden levensgevaarlijk en allemaal recividisten zijn.
Inez kreeg tbs met dwangverpleging, maar schudt haar verleden nu van zich af. Onlangs werd ze benoemd tot ambtenaar. “Ik heb mijn plek in de maatschappij zo goed als teruggevonden.”

Tekst: Anna van Haastrecht. Illustratie: Jesse Zoutewelle.

Het is een druilerige dag in Almelo. Achter de ramen van de vergadertafel in het hoofdgebouw van de Reclassering zwiepen de bomen heen en weer. Ik wacht op Inez.
Vier maanden geleden begon mijn zoektocht naar een vrijgelaten tbs’er. Na alle negatieve verhalen in de media, wilde ik een tegengeluid horen. Stiekem, terwijl ik mij zo heb voorgenomen om het niet te doen, vormt zich een stereotyperend beeld van mijn interview kandidaat. Ze zal wel grof zijn, en opvliegend, zwart van de tatoeages.
Wanneer Inez binnenstapt, krijg ik een warme, zachte hand toegestoken. Twee vriendelijke bruine oen kijken me vragend aan. Spijkerbroek, gympies, een T-shirt. Op straat was ik haar voorbijgelopen.

Waar begin je met vragen als je weet dat je gesprekspartner een ander mens heeft vermoord? Zonder omhalen begint Inez staccato haar levensverhaal te vertellen. Haar ogen naar de tafel gericht, spelend met een suikerzakje.
“Ik ben geboren in Colombia en ben 27 jaar. Hoewel ik dat, zoals veel adoptiekinderen, niet zeker weet. Mijn biologische moeder heeft me, toen ik zes weken oud was, meer dood dan levend achtergelaten op de balie van het ziekenhuis. Ik belandde in een weeshuis en op mijn tweede werd ik zwaar ondervoed, geadopteerd door mijn Nederlandse ouders. Al snel bleek dat ik te maken had met een hechtingsstoornis. Overdag wilde ik niets van mijn moeder weten, maar ’s nachts stond ik huilend aan haar bed.”

” Ze zouden me doodmaken”

In het uur erna neemt Inez me mee langs haar verleden, om me de daad die ze heeft gepleegd te laten begrijpen.
Door haar ‘geen bodem syndroom’ had ze zich nooit leren hechten. Wat begon met scheldpartijen tegenover leraren en medeleerlingen eindigde in fysiek geweld, voornamelijk tegenover haar moeder. Van haar twaalfde tot haar achttiende rookte, blowde en dronk Inez grenzeloos. Ze was een bonk agressie, liep meer op straat dan dat ze thuis huiswerk maakte, verkocht drugs, werd van het vmbo gestuurd en ze werd vanaf haar veertiende van internaat naar internaat geplaatst.  Vragen om hulp kon ze niet.
Hoewel ze op haar zestiende een verantwoordelijk bijbaantje kreeg in de zorg en ze begon met de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL), bleef de boosheid en de agressie onder de oppervlakte sudderen. Toen ze uiteindelijk op kamertraining mocht, leidde Inez een dubbelleven. Op school en op het werk gedroeg ze zich voorbeeldig, maar erna zocht ze haar blowvrienden op en rookte met gemak vijf joints per avond. Door dit schijngedrag kreeg ze op haar achttiende een appartementje in de provincie Noord-Holland. Het werd een inloophuis voor vriendinnen vanuit het internaat. Als je een goede zak wiet meenam, deed Inez de deur voor je open.

“Op een avond kwam Kim, een vriendin van het internaat, langs. Ze vertelde dat ze dat weekend gezoend had met Danny. Maar Danny was het vriendje van mijn oud-klasgenootje Nora. Op het vmbo waren we geen beste vriendinnen, maar aangezien we allebei straatratten waren, konden we het goed met elkaar vinden. Nora was en Marrokaanse moslima, maar alleen als het haar uitkwam. Ze had verschillende vriendjes gehad, waar haar familie niets van wist.
Nora belde me niet lang daarna. Ze had gehoord over het zoenen, en wilde dat ik haar het nummer van Kim gaf. Ik vertelde Nora dat ik niet betrokken wilde raken in een ruzie om een jongen en Nora gaf me gelijk. Maar een aantal dagen later werd ik anoniem gebeld. Ik wist zeker dat het Nora’s vriendinnen waren. Ze dreigden dat ik het telefoonnummer van Kim moest geven. Anders zouden ze me wel even komen halen. Ze zouden me doodmaken.”

“Alles zat onder het bloed”

Opeens stopt Inez even. Ze haalt diep adem, recht haar rug en vertelt verder. Ik krijg er geen woord meer tussen.

“Toen ik op donderdag 23 oktober uit school kwam en mijn telefoon aanzette, had ik achtenveertig gemiste oproepen en een sms: ‘zoek alvast een doodskist uit, vanavond ga je kapot’. Ik heb gelijk Kim gebeld en ze is direct naar mijn huis gekomen, ik wist zeker dat die meiden ’s avonds zouden komen.
Toen ik ze daadwerkelijk in de straat hoorde gillen en blèren, heb ik de politie gebeld. Ik was ondertussen zwaar aan het dampen. Mijn vijfde joint was net op en terwijl we zaten te wachten had ik twee flessen champagne opgedronken. Hoewel ik zó dronken en stoned was, kon ik helder genoeg nadenken om de politie uit te leggen dat er een aantal meisjes onderweg waren die mij wilden doodmaken en dat de ruzie om een jongen ging. Ze zouden er zo snel mogelijk aankomen, ik moest ramen en deuren sluiten, het licht uitdoen en bellen bij verandering.
Opeens stonden er zeven meisjes voor mijn deur, inclusief Nora. Ik belde nogmaals met de politie. ‘We komen er nu aan’, zeiden ze, ‘er is al een auto onderweg’. Toen ik zag dat een van de meiden bukte om een stoeptegel door het raam te gooien, knipte ik het licht weer aan om te laten weten dat ik daadwerkelijk thuis was. De zeven dolgedraaide stieren trapten tegen mijn deur terwijl ze schreeuwden: ‘je gaat eraan, we vermoorden je’. Er knapte iets in mij.
Ik liep naar de keuken, pakte een mes en ben bij de deur gaan staan. Eerst heb ik gedreigd: ‘als jullie het huis binnenkomen, ben je al dood.’ Ik was heel bang, maar de angst sloeg om in woede. Ik had mijn trots en wilde niet laten merken dat ik bang was. Ik denk dat dit de reden is geweest dat ik de deur heb open gedaan. Ze duwden me aan de kant, trapten me half in elkaar en hielden me in bedwang terwijl Nora zich focuste op Kim, die het in feite had gedaan. Nora overmeesterde Kim,  ging op haar zitten en beet bijna haar neus eraf, sloeg haar hoofd tegen de grond en gaf haar kopstoten. Op het moment dat ik zag dat Kim niet meer bewoog, ging bij mij het licht uit. Ik pakte het mes dat nog binnen handbereik lag en stak haar tweemaal van achteren neer. De meiden sleepten Nora meer dood dat levend mijn huis uit en het werd stil. Alles zat onder het bloed. Toen Kim weer bij kennis was gekomen en ik haar wonden had verzorgd, belde ik voor de laatste keer de politie met de mededeling dat ze beter een ambulance konden meebrengen, want het was toch wat uit de hand gelopen… Binnen een minuut stond de straat blauw en was er een batterij aan media. Nora zakte voor mijn huis in elkaar en heeft haar ogen niet meer open gedaan. Ze stierf in de armen van haar vriendinnen.”
Even is het stil. Ik merk dat ik mijn adem inhoudt. Met gebogen schouders kijkt Inez naar het verfrommelde suikerzakje in haar hand. Ze neemt een slokje van haar koud geworden koffie en slikt.

“Ik kan me niet herinneren wat ik voelde, ik was compleet verdoofd door de drugs en drank. Het was angst, denk ik, dat zich uitte in woede en machteloosheid. Pas toen de aanklacht van poging tot doodslag naar doodslag veranderde en ik wist dat Nora was overleden, besefte ik dat ik haar leven had beëindigd.
Er gaat op zo’n moment van alles door je hoofd; mijn ouders; mijn werk; mezelf; wat gaan ze met me doen; wat voor straf krijg ik; heb ik dit gedaan; het leek allemaal niet zo erg… Op maandag werd ik voorgeleid bij de rechtbank in Amsterdam en zag ik de foto’s van Nora op de tafel van de patholoog-anatoom. Ik brak en uitte mijn verdriet voor de allereerste keer.”

” Het was net of er met koeienletters TBS op mijn voorhoofd stond.”

Inez speelde open kaart tegenover de politie en bekende alles. Ze belandde negentig dagen in volledige hechtenis en zat een halfjaar in het Huis van Bewaring. Ze onderging allerlei psychologische en psychiatrische onderzoeken, waaruit bleek dat ze ten tijde van het delict ontoerekeningsvatbaar was, in verband met de alcohol en drugs in haar lichaam. Ook kwamen er kenmerken van de persoonlijkheidsstoornis borderline en een hechtingsstoornis naar boven. Omdat ze tweemaal de politie had gebeld en zo jong was, kreeg ze op advies van de reclassering  twee jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging opgelegd. De rechter wilde dat haar behandeling zo snel mogelijk zou starten.

Inez belandde in verschillende vrouwengevangenissen van Utrecht tot Limburg. Ze belandde meerdere keren voor langere tijd in de isoleercel.
“In de gevangenis leer je namelijk niets goeds, je komt er de meest verdorde mensen tegen.”
Ze werkte met alle onderzoeken mee voor haar ouders.
“Als je je ouders zolang gekwetst hebt, maar ze komen je wel elke twee weken in de gevangenis opzoeken, ga je inzien dat ze een hart van goud hebben. Natuurlijk heb ik ze teleurgesteld als ik voor de zoveelste keer in de isoleercel zat in verband met hasj. Ik heb ze toen uitgelegd dat ik de joints rookte om vooral niet bij mijn gevoel te komen, dat ik niets leerde in de gevangenis en zo veel verdriet had om wat er is gebeurd. Mijn ouders zijn me altijd blijven opzoeken en dat motiveerde mij om aan die behandelingen mee te werken.”

Wanneer Inez vertelt hoe ze hierna naar de tbs-kliniek ging, onderbreekt haar reclasseringswerker Irma haar voor de eerste keer. “Je vergeet te vertellen dat er geen plek was in de kliniek.”
Inez: “Oja…”
Pardon? Er was geen plek in de kliniek?
“Nee. Ik heb anderhalf jaar moeten wachten voordat ik eindelijk geplaatst en geholpen kon worden…
“Ik kwam daar aan met mijn doosje met kleren en het eerste wat mij opviel was dat ik een hand kreeg van de sociotherapeut. Er waren geen bewaarders meer, geen uniformen. Ik snapte er niets van. Een hand? En bent u in burger? Geen sleutels, geen handboeien. Als je drieënhalf jaar lang de afstand van bewaarder-gedetineerde hebt gevoeld, moet je opnieuw met mensen leren omgaan. Je bent het totaal verleerd.
Mijn behandeling begon vanaf het moment dat ik de kliniek kwam binnen lopen. Alles is therapie daar, zelfs al zit je met zijn alle te eten. De manier waarop je je gedraagt, wat je zegt, hoe je kijkt. Ik moest over mijn gevoel praten, iets wat ik jarenlang niet had gedaan. Het was moeilijk, aangezien ik een gevecht met mezelf aanging.
Natuurlijk heb ik ook in de kliniek tegen het systeem aangetrapt. Ik heb in de isoleercel gezeten, gevochten met een sociotherapeut, medepatiënten op hun bek geslagen tot bloedneuzen aan toe, ik rookte af en toe een jointje en had wietplanten op mijn kamer: ik was echt geen lieverdje. Vanaf het begin, heb ik aangegeven dat ik niet kan beloven dat ik niet uit mijn plaat ga. Er zijn zoveel mensen in de kliniek die snel buiten willen staan en gewenst schijngedrag vertonen, maar die eenmaal terug in de maatschappij zo weer door de mand vallen. Niet bij mij, want ik ben altijd goudeerlijk geweest. Ik wordt geen voorbeeldige burger, want het is een illusie om te denken dat ik nooit meer boos zou worden. Leer mij om tot tien te tellen, want het probleem ligt bij de agressie en dat wil ik aanpakken. Toen kreeg ik na acht maanden de goedkeuring tot begeleid verlof. Ik was zo blij en verrast, het ging snel! Dus besloot ik nooit meer een joint aan te raken.
Ik trek mijn wenkbrauwen op. “Nooit meer?”

Even kijkt ze naar Irma. Even fronst ze haar wenkbrauwen. Dan schudt ze ferm haar hoofd en speelt ze verder met haar suikerzakje.

“Ik heb het gevecht met mezelf uiteindelijk gewonnen.”

Het verlof begon met een wandelingetje om de kliniek, weken later mocht ze een uurtje fietsen. Altijd met twee begeleiders en elk verlof werd geanalyseerd en geëvalueerd, voordat ze weer naar buiten mocht.
“De eerste keer dat ik naar het dorp ging was het net of er met koeienletters TBS op mijn voorhoofd stond. Het gevoel dat iedereen je aankijkt en weet waar je vandaan komt en wat je gedaan hebt. Een aantal weken later mocht ik naar de stad. Het was druk! Het busverkeer, de fietsers, de invoering van de ov-chipkaart en iedereen die met een touchscreen rondliep. De wereld was doorgedraaid terwijl ik het gevoel had zes jaar stil te hebben gestaan.”

Inez rondde alle therapieën tijdens haar tbs met succes af. Ook leerde ze met drank en drugs omgaan en ging ze de strijd aan met haar verleden.
Ze werd klaargestoomd voor de resocialisatie.
“Tijdens mijn terugkeer naar de maatschappij ging ik ervan uit dat ik zou worden afgewezen om mijn status. Daar had ik het best moeilijk mee. Ik wilde bijvoorbeeld graag bij een club voetballen, maar daar was een gesprek met het team en de trainer voor nodig. Hierin moest ik vertellen wie ik was en wat ik voor rugzak had. De meiden en trainer reageerden zo relaxed, waardoor ik er vier jaar met plezier heb gevoetbald. Ondertussen heb ik er ook echte vrienden aan overgehouden.”
Voor het eerst sinds tweeëneenhalf uur, glimlacht ze. Ze spert haar ogen open en gooit haar lange vlecht over haar schouders.
“Ik heb de eerste periode bij de groenvoorziening op de sociale werkplaats gewerkt, want ik wilde hovenier worden. Daar werd ik op een wachtlijst geplaatst. Ik was altijd gewend goed geld te verdienen, door mijn vaste baan in de zorg of door het verkopen van drugs. Ik leerde geld in de kliniek weer waarderen en dat schudde me wakker, vooral omdat er in al die jaren alles duurder was geworden.”

Ze liep stage bij verschillende hoveniersbedrijven en leerde klantvriendelijkheid en hoe ze tuinen moest aanleggen.
“Het mooie aan het aanleggen van een tuin is dat je gelijk resultaat ziet, dat de klant ’s morgens naar het werk gaat, en als hij terug komt is de tuin klaar. Je ziet die koppen dan zo van: ‘wow, moet je nóu is kijken!’. Dat gaf me voldoening en maakte me heel trots. Door het vele oefenen met het omgaan met die vrijheid, had ik mijn plekje in de maatschappij zo goed als teruggevonden.”

Door de contacten van de kliniek met de woningbouw kwam er een huisje beschikbaar voor Inez.
“Ik was klaar om op mijn eigen benen te staan en voor mezelf te zorgen.”
Ze woonde er twee maanden, toen er tijdens haar verlengingszitting door de rechter werd bepaald dat Inez nog één jaar voorwaardelijke beëindiging van de tbs zou krijgen.
“Toen is de kliniek weggevallen en is de intensieve samenwerking met  mijn reclasseringswerker Irma begonnen (zie artikel ‘begeleiding vanuit Reclassering Nederland’). Ik had haar al vaker ontmoet, maar begon een intensieve samenwerking. Eerst eens per week , wat daarna afnam naar eens in de twee weken en eens in de drie weken.”
Inez begon aan de opleiding BBL3 tot hovenier, solliciteerde bij de gemeente en nadat ze een halfjaar met behoud van uitkering werkte, volgde er een gesprek met de directeur. Hij was zo onder de indruk van Inez haar verhaal dat hij haar een contract aanbood.Inez door Jesse Zoutewelle

“Dat was het moment waarop ik brak, alle spanning kwam eruit en iedereen die aanwezig was tijdens dat gesprek, was emotioneel. Ik had een baan!”

Inez deelt haar verhaal wekelijks met anderen bij de organisatie Delinquentie en Samenleving, waar ex-gedetineerden en ex-tbs’ers hun relaas doen op middelbare scholen en trainingen geven in jeugdgevangenissen en aan studenten hulpverlening.
“Het doel is preventie, bewustwording en het voorlichten over zaken die gebeuren in de criminaliteit. Hoe herken je dit en hoe schakel je, je netwerk in als je dreigt de verkeerde kant op te gaan? Vast zitten is niet stoer, het is zielig. Dat probeer ik de jeugd bij te brengen door mijn verhaal te vertellen. Dat grijpt aan en is schokkend, want ook mijn vraag tijdens elke voorlichting blijft: ‘hoe loyaal ben jij naar je vrienden toe? Wat heb je voor ze over en zou iemand voor hun om het leven brengen? Hoe kan jij het anders aanpakken dan dat ik heb gedaan?’ Het is mooi om jongeren ervan bewust te maken wat hun buiten te wachten staat en hun duidelijk te maken dat ze altijd harder moeten werken dan ieder in de maatschappij die wel diploma’s heeft.”

Op 21 februari 2010 kreeg Inez haar vrijheid terug. Ze kreeg een Verklaring Omtrent goed Gedrag, aangezien haar delict niets met haar werk te maken had en in september 2012 legde Inez haar ambtsbelofte af bij de burgemeester.
“Ik heb het gevecht met mezelf uiteindelijk gewonnen, maar ik heb moeten knokken voor de persoon die ik nu ben. Ik ben milder geworden in mijn denkwijze naar anderen mensen toe. Ik ben wat minder explosief, ga minder snel uit mijn plaat en ik kan met mensen over moeilijke dingen praten. Dankzij de tbs ben ik zo veranderd, en al ben ik twee jaar vrij, ik werk nog steeds aan mezelf. Ik koester mijn vrijheid, want daar heb ik zó hard voor gewerkt.”

In verband met de privacy van de geïnterviewde zijn alle namen in dit verhaal gefingeerd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s